Jeroen Koomen gebruikte de Van Leeuwenhoek microscoop replica; een impressie

Voor zijn afstuderen kreeg Jeroen Koomen een replica van de Van Leeuwenhoek microscoop. Hij heeft er al enig onderzoek mee verricht, in de stijl van Van Leeuwenhoek, getuige zijn verslag:

“Vanavond heb ik net als Antoni van Leeuwenhoek bij kaarslicht zitten experimenteren met zijn microscoop. Ik heb een beetje vals gespeeld, want ik weet hoe je preparaten moet maken die maar een cellaag dik zijn (en dat is nodig om de cellen goed te kunnen zien) en heb geprobeerd om een foto te maken van wat ik kon zien. De foto is niet heel geweldig, want het is nogal lastig om de microscoop in focus te houden en met de andere hand een foto te maken. Het beeld wat ik zelf door de microscoop zag was veel mooier. (…) De foto heb ik bijgevoegd, het zijn cellen van een ui belicht met kaarslicht.”

Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop
Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop
Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop
Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop
Cellen
Cellen

Dank je wel Jeroen voor je verslag en de mooie foto’s!

Meer informatie over de replica leest u hier.

Vera

Een perfect werkende graphic telescope uit eigen werkplaats

Of ik een `Claude glass‘ kon namaken – voor een expeditie naar de Zuidpool. En of ik ooit had gehoord van de `graphic telescope’.

Graphic Telescope
Graphic Telescope

De uit Argentinië afkomstige kunstenares Irene Kopelman had wel vaker een buitengewoon plan opgevat. Naar Hawaï afreizen om de textuur van gestolde lavastromen te bestuderen bijvoorbeeld. Werkte ze in Latijns Amerika voornamelijk in en over het omringende landschap, het verhuizen naar Europa dwong haar tot een onderzoekende houding tegenover onze omgang met het schijnbaar natuurlijke gegeven. Natuur geordend in eeuwenoude collecties. Natuurlijke variatie in de grip van classificatie. Genoeg stof om er de eerste promotie in de Kunsten in Nederland mee in te vullen – Kopelman promoveerde begin september, begeleid door de Utrecht Graduate School of Visual Art and Design en de Finnish Academy of Fine Arts, Helsinki.

Die `Claude glass’ namaken lukte destijds nog wel. De `graphic telescope’ was een ander verhaal. Dit in de vroege 19de eeuw ontwikkelde wetenschappelijk instrument was een treffend voorbeeld van gespecialiseerde technologie. Een deel ervan werkte als een camera lucida, en stelde kunstenaars in staat in één oogopslag naar onderwerp én tekenblad te kijken. Door die twee over elkaar te projecteren introduceerde het apparaat een nieuwe tekenmethodiek. Maar de uitvinder van de `graphic telescope’, Cornelis Varley, kwam bovendien de in de 19de eeuw opkomende landschapkunst tegemoet. Hij voorzag de camera lucida van een telescoop, zodat verre landschappen zich mooi in het vizier en op het tekenblad presenteerden.

Een begeerd instrument voor iemand die – net als de 19de-eeuwse expeditieleden – vol verwondering het Antarctische landschap aanschouwt maar in de toenadering gehinderd wordt door de barre omgeving.

Het obscure apparaat verdient een grondigere analyse dan een archiefstudie ooit kan bieden. Het was via dit instrument dat de eerste beschrijvingen, tekeningen en gravures van het Antarctische gebied de warmere klimaten bereikten. Kopelman had voor haar Zuidpoolexpeditie de middelen gevonden. Om een graphic telescope te maken was een vakman vereist. Paul Steenhorst, hoofdrestaurator van Museum Boerhaave, was meteen enthousiast.

Maar zoals het een obscuur instrument betaamt bleken er in deze contreien geen originele Varley-`graphic telescopes’ bewaard gebleven te zijn. Paul en ik reisden in juli af naar Engeland – de plek waar meerdere exemplaren bewaard zijn gebleven. Na een blitzbezoek aan Cambridge en Oxford hadden we alle gegevens van de `graphic telescope’, mechanisch en optisch, verzameld, en hadden we een blik kunnen werpen op onderlinge variaties. Dat bleken er heel wat te zijn. Schijnbaar is Varley het instrument blijven doorontwikkelen – elke keer bracht een puzzel van tientallen onderdelen ons tot nieuwe inzichten over het apparaat. Gewapend met de vereiste gegevens vingen we de terugtocht aan.

Graphic Telescope detail
Graphic Telescope detail

Amper vier weken later was ie klaar. Hetgeen een klein wonder kan worden genoemd. Paul heeft in die tijd kilo’s messing verspaand, en toverde in zijn werkplaats een perfect werkende `graphic telescope’ tevoorschijn (ikzelf gaf de typenummers van de benodigde lenzen door aan Paul en ging met vakantie…).

De dienst op de Zuidpool moet Pauls `graphic telescope’ nog invullen, maar nu al staat het instrument prominent ten toon op Kopelmans promotie-expositie, getiteld `The Molyneux Problem’. Die loopt tot en met 25 september in de Basis voor Actuele Kunst, Lange Nieuwstraat 4 in hartje Utrecht. Ook werk getuigend van een eerdere Zuidpoolreis door Kopelman is daar te bezichtigen. Een vervolgtentoonstelling, waarin ook werk vervaardigd mét de graphic telescope te zien zal zijn, is eveneens in de maak – die komt eind dit jaar in Londen.

Irene Kopelman
Irene Kopelman

Wordt vervolgd!

Tiemen en Paul

Jeroen Koomen gebruikte de Van Leeuwenhoek microscoop replica; een impressie

Voor zijn afstuderen kreeg Jeroen Koomen een replica van de Van Leeuwenhoek microscoop. Hij heeft er al enig onderzoek mee verricht, in de stijl van Van Leeuwenhoek, getuige zijn verslag:

“Vanavond heb ik net als Antoni van Leeuwenhoek bij kaarslicht zitten experimenteren met zijn microscoop. Ik heb een beetje vals gespeeld, want ik weet hoe je preparaten moet maken die maar een cellaag dik zijn (en dat is nodig om de cellen goed te kunnen zien) en heb geprobeerd om een foto te maken van wat ik kon zien. De foto is niet heel geweldig, want het is nogal lastig om de microscoop in focus te houden en met de andere hand een foto te maken. Het beeld wat ik zelf door de microscoop zag was veel mooier. (…) De foto heb ik bijgevoegd, het zijn cellen van een ui belicht met kaarslicht.”

Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop

Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop

Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop

Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop

Cellen

Cellen

Dank je wel Jeroen voor je verslag en de mooie foto’s!

Meer informatie over de replica leest u hier.

Vera

Meer met minder? Reacties op Twitter

Vrijdagmiddag om 15:00 maakte Halbe Zijlstra zijn bezuiniginsgplannen voor de cultuur sector bekend. Deze plannen zorgen voor donkere onweerswolken boven Museum Boerhaave. De reden dat het museum in zwaar weer terecht komt is dat de staatssecretaris de regels tijdens het spel verandert. Aanvankelijk werd gesteld dat Museum Boerhaave, evenals de andere door het Rijk gesubsidieerde musea, tot en met 2012 de mogelijkheid zouden krijgen om gemiddeld 17,5% van hun budget eigen inkomsten te genereren. Nu wordt door Zijlstra echter het gemiddelde over 2010 en 2011 genomen. Dat is alsof er nog maar 1 helft gespeeld mag worden…

Ook op Twitter nam de verontwaardiging hierover al snel grote vormen aan. Ter illustratie even een aantal reacties onder elkaar:

En dit is slechts een deel van de reacties.

Dat er binnen korte tijd al zoveel tweeps zijn die ons een hart onder de riem steken doet ons goed. We laten niet zomaar onze deuren sluiten door een scheidsrechter die maar 1 helft laat spelen!

Bart

Boven de oceaan hangend..

Toen ik afgelopen week boven de oceaan vloog op weg naar een conferentie over nieuwe media in musea werd mij aandacht getrokken door een beeldscherm voorin het vliegtuig. Op dat beeldscherm was de route te volgen die het vliegtuig afgelegd had en nog af moest leggen. Daarnaast werd informatie over snelheid, hoogte, temperatuur getoond en de tijd van aankomst. Als vanzelf begon ik me af te vragen hoe lang de vlucht nog zou duren. En dan is zo’n schermpje helemaal niet handig meer! Niet in de laatste plaats omdat ik de aankomsttijd niet op het scherm zag.

IJsplaten in de atlantische oceaan boven?

Het lukte me uiteindelijk niet om de reistijd die het toestel nog voor de boeg had te berekenen. Een complicerende factor is bovendien het feit dat je door verschillende tijdszones vliegt waardoor je per zone je ieder keer een uur verliest of wint. Het is maar hoe je het wilt zien. Terwijl ik ophield met rekenen moest ik denken aan het zee-uurwerk van Huygens. Met zo’n nauwkeurige klok aan boord, die de tijd in de thuishaven aangeeft, kun je met behulp van de tijdsbepaling op de plek van waar je bent je reistijd berekenen. Erg handig als je bijvoorbeeld wilt weten of je al in de buurt van dat gevaarlijke rif bent dat op zoveel zeemijl van je vandaan is. Want dat is waar het eigenlijk om gaat. Nauwkeurige klokken zorgden uiteindelijk voor de oplossing van het lengtegraad probleem.

Uiteindelijk bleek dat als ik wat langer gekeken had, op een volgend scherm de reistijd vermeld werd. Nog slechts 8 uur te gaan.. Maar daar waren inmiddels al wel weer een tiental minuten van verstreken.

Bart

Wat moeten Hollandse koeien in Batavia?

Soms vind je als registator in de collectie mooie juweeltjes. In dit geval een stukje medische geschiedenis uit ons koloniale verleden: 14 naar mijn idee prachtige foto’s gemaakt door Charls & van Es & Co. van de Landskoepokinrichting te Batavia.

Het wassen van een kalf

De foto’s laten allerlei zaken zien rond het maken van koepokvaccins; noodzakelijk in de wereldwijde strijd tegen het uitroeien van het pokkenvirus. Ik vind het indrukwekkende beelden. Van ondermeer kalveren vastgebonden op verrijdbare tafels voor ‘Het afwasschen van de geschoren buik van een kalf voor het dier geënt wordt’ zoals de tekst achterop één van de foto’s leert, of ‘het inenten van een kalf door dr. Nijland’. Of ‘Das sammeln des Impfstoffes von den reifen Skarifikationen am Bauch eines Kalbes’. Foto’s van de ‘Stal met ingeente kalven. De beesten hebben een buikverband om en staan zoo opgebonden, dat zij niet kunnen gaan liggen, daar zij dan in de beugels komen te hangen. Op deze wijze wordt het bevuilen der geënte buikvlakte voorkomen’. Foto’s die vertellen over het prepareren van de koepokvaccins in het laboratorium. Of de intentingscursus voor aanstaande vaccinateurs met Dr. Borger als onderwijzer. Foto’s die informatie geven over ’Een sterilisatietoestel, zooals dat hier voor de vaccinedienst wordt gebruikt’. Of over het verpakken van de vaccins in de stam van een bananenboom, om het geheel koel genoeg te houden, voor verzending door de Maleise archipel. Tenslotte een foto van op inenting wachtende Javanen. Beelden van slechts een heel klein, maar o zo belangrijk, stukje vaderlandse geschiedenis.

Een korte zoektocht op Internet leert me het volgende: Reeds in 1850 was op Java door de toenmalige inspecteur der vaccinatie, de militaire arts E.A.Wasklewicz, een doeltreffend stelsel ingevoerd waarbij het eiland werd verdeeld in enige honderden vaccinatiedistricten. Op bepaalde tijdstippen moesten moeders van zuigelingen van ongeveer drie maanden zich met hun kinderen op bepaalde plaatsen verzamelen, waar de kinderen werden gevaccineerd.

Dr Borger geeft les

Een week later werden dezelfde kinderen opnieuw bijeengebracht, maar nu op een andere plaats in het district, om de vaccinateurs in de gelegenheid te stellen aan de inmiddels opgekomen pokpuisten lymfe te ontnemen om daarmee kinderen in de nieuwe streek te vaccineren. Die dienden op hun beurt een week later op een verderop gelegen plaats als leverancier van humane lymfe voor andere kinderen, enz. Het vaccineren werd heel wat eenvoudiger toen de koepokinrichting er geleidelijk aan in slaagde om voldoende animale lymfe te bereiden voor het vaccineren en revaccineren van de gehele bevolking in Indië. Pokken is hierdoor in de jaren dertig een zeer zeldzame ziekte geworden.

Twee laboratoria die voor de volksgezondheid in Indonesië van grote betekenis zijn geweest, zijn de Landskoepokinrichting, in 1891 opgericht, en het Instituut Pasteur dat daaraan in 1895 is toegevoegd.  Het Koninklijk Instituut voor taal- land- en Volkenkunde (KITLV) heeft een foto uit dezelfde serie. Gedateerd ca. 1910. Inenting van een Javaans kind door hoofdmandoer Talib. Ned.-Indie in foto’s 1860-1940. De foto is onmiskenbaar gemaakt in hetzelfde instituut.

De inrichting, de gebouwen, de stallen, alles ziet er zo brandschoon en nieuw uit. En ook de foto’s zelf (bijzondere daglichtdrukken, groot formaat, mooi opgezet op karton) wijzen erop dat ze in opdracht gemaakt zijn om de opening van de Landskoepokinrichting vast te leggen. Een markant moment in onze medische en koloniale geschiedenis.

Dr. Nijland aan het werk

De foto’s komen waarschijnlijk uit een grotere serie. Sommige foto’s zijn achterop met potlood genummerd, anderen niet, het hoogste nummer is 16, en vele nummers ontbreken. Een paar hebben Duitse onderschriften. Sommige hebben uitgebreide verhalen handgeschreven op de achterkant. Een aantal foto’s zelf zijn in slechte conditie. Het draagkarton waarop de daglichtdrukken geplakt zijn verbrokkelt onder je handen. De emulsielaag is verschrikkelijk vuil en soms ernstig aangetast. Deskundige handen zouden hier wonderen kunnen verrichten.

Mara

Hoe een geneesmiddelkoker toch een telescoopje blijkt te zijn

In Museum Boerhaave zijn honderden objecten uit de wetenschapsgeschiedenis te bewonderen. Toch is dit maar een fractie van de totale museumcollectie – de overige 95% ligt op depot, wachtend op een bruikleen, tentoonstelling of onderzoek. Af en toe levert het rondneuzen in het depot een verrassing op. Onlangs stuitte ik per toeval op een `geneesmiddelkoker’ die dat bij nader inzien toch niet bleek te zijn.


Het kokertje is gemaakt van ivoor en is zo’n 16 cm lang. Als je het kokertje in het midden openschroeft, zie je dat het is uitgehold. Maar ook aan de uiteinden kan het open. Daar komt dan iets tevoorschijn dat best bijzonder is.

Door de sporen van de tijd is dit nauwelijks herkenbaar, maar het kokertje heeft een holle en een bolle lens aan de uiteinden, en is dus een telescoop. `Kijkertje’ is misschien een betere benaming, want het instrumentje is nooit gemaakt voor écht sterrenkundig onderzoek. De vergroting bedraagt ongeveer drie keer.

De holle lens maakt dat het kijkertje van het `Hollands’ type is: dit was de vroegste vorm van de telescoop, zoals die omstreeks 1608 in Nederland het daglicht zag. Dit type telescoop levert een rechtopstaand beeld. Bij hogere vergrotingen wordt het beeldveld echter zo klein dat de kijker onbruikbaar wordt. Omstreeks 1640 stapten sterrenkundigen daarom over op een ander type telescoop (met twee bolle lenzen). Ook bij hoge vergrotingen blijft er voldoende te zien aan de hemel. Het beeld stond wel op zijn kop, maar voor de sterrenkunde was dat geen bezwaar.

En dat is precies het punt. Vanaf het begin werd de telescoop namelijk niet alleen voor de sterrenkunde gebruikt, maar ook voor militaire doeleinden (of meer vredelievende activiteiten op aarde). Daar was een omgekeerd beeld totaal onbruikbaar. Zo’n twee eeuwen lang werden daarom nog steeds kijkertjes gemaakt volgens de `oude’ constructie, met bescheiden vergrotingen maar wél met rechtopstaand beeld. Het ivoren kijkertje dat in het depot is opgedoken, is daar een voorbeeld van.

Van dit soort kijkertjes van ivoor – vaak zijn ze ook van been gemaakt – zijn er wel meerdere bewaard gebleven. Ze worden af en toe bij archeologische opgravingen gevonden, echter vaak met ontbrekende lenzen. Hoe ons exemplaar in de collectie is terechtgekomen is onbekend. Mogelijk heeft het ook enige tijd onder de grond doorgebracht – maar de lenzen zijn wel heel gebleven!

En die laten iets merkwaardigs zien. Bij héél vroege telescopen werden de lenzen uit hergebruikt spiegelglas geslepen. Dat was mooi vlak en toch nog van enige kwaliteit. Het gedeelte dat bolvormig werd geslepen hield men bewust klein om fouten te beperken. Ons ivoren kijkertje heeft precies die kenmerken.

Een eerste verkenning leert echter wel dat het gebruik van dit soort lensjes bij handkijkertjes nog wat langer doorging dan bij hun `serieuze’ broertjes, waar ze al omstreeks 1650 uit de gratie geraakten. Maar héél veel later zal dit kijkertje toch niet zijn gemaakt.

Interessant in dit opzicht is de afbeelding `De Brillemaaker’, opgetekend in het uit 1694 daterende boek Het Menselyk Bedryf van de Amsterdamse illustratoren Jan en Casper Luyken. Deze prent geeft weer hoe wijdverspreid de korte kijkertjes wel waren in de zeventiende eeuw. Zou ons ivoren kijkertje één van de aan het touwtje opgehangen instrumentjes kunnen zijn? Wie weet…

Voorlopig krijgt het kijkertje een datering van omstreeks 1700 mee. Maar dit moet wel ruim worden gezien. De vervaardiging kan gerust een kwarteeuw later hebben plaatsgevonden – maar vroeger kan ook. Dat moet nader onderzoek uitwijzen.

Tiemen

HAPPY 2011!

2010 was een geweldig jaar voor Museum Boerhaave. We hebben leuke, interactieve tentoonstellingen gemaakt en veel bezoekers mogen verwelkomen!

We eindigen dit jaar (net als alle andere jaren overigens) met het vieren van de geboortedag van Herman Boerhaave. Vandaag, 342 jaar geleden werd hij in Voorhout geboren. Herman Boerhaave (1668 – 1738) was een arts, anatoom, scheikundige, botanicus en onderzoeker. Het huidige Museum Boerhaave is de locatie waar Herman Boerhaave rond 1720 zijn befaamde lessen aan het ziekbed gaf. Studenten geneeskunde kwamen van over de hele wereld naar Leiden voor deze bijzondere lessen.

En wat zijn onze plannen voor komend jaar? De tentoonstelling Say Cheese! De kracht van de mond is nog t/m 3 april (museumweekend) te bezoeken. Vanaf eind april presenteren we “Circus Boerhaave”, een tentoonstelling over wetenschap en amusement. Hierbij alvast een voorproefje:

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=JPtx9D4i9EI&feature=player_embedded]

Museum Boerhaave wenst iedereen een inspirerend en cultureel 2011!

Twitteren in museum Boerhaave, een jaar later.

Museum Boerhaave begon vorig jaar aan een Twitter-experiment. Nu, ruim een jaar later, kunnen we terugkijken op een geslaagde proef. Twitter blijkt voor ons museum een geweldig medium om op een persoonlijke en directe manier met collega’s en het publiek te communiceren. Met name het crossmediale gebruik van Twitter heeft ons geen windeieren gelegd. Het leverde ons bijvoorbeeld een tv-optreden op, diverse artikelen in de landelijke pers en veel aandacht op verschillende weblogs. Naast alle low hanging fruits zijn we echter ook tegen een aantal obstakels aangelopen. In dit artikel zetten we een aantal bevindingen op een rij.

In een interview met MMedia worden de bevindingen nog eens netjes op een rijtje gezet. Download hier het PDF:Twitteren in Museum Boerhaave

Meer informatie over marketing en management in de erfgoedsector is te vinden op de website www.mmnieuws.nl Een gratis exemplaar van het hele nummer is op te vragen via redactie@mmnieuws.nl

 

Het oudste boek in onze boekencollectie!

De eerste gedrukte boeken, tot 1500, worden wel wiegedrukken (Incunabula) genoemd (het boek lag als het ware nog in de wieg). Het leek, hoewel gedrukt, nog erg veel op een ouderwets handschrift, met bijvoorbeeld aan het eind afsluiting met plaats en jaar van uitgave. Wij hebben een paar van die boekbaby’s!

Het oudste boek in onze collectie is gedrukt in 1484. Het is een herbarium, een kruidboek. Bedenk dat in 1450 pas de boekdrukkunst was uitgevonden!

De titel is: ‘Herbarius Maguntie Impressus Anno C. lxxxiiij’, ofwel: Herbarius gedrukt in Mainz in het jaar 1484, en wel door Peter Schöffer.

Het boek bevat 150 houtsneden van kruiden en de  kapitalen en afbeeldingen zijn met de hand ingekleurd.

Aluin

Opvallend is dat de prenten nog geen nauwkeurige plantafbeeldingen, maar kopieën naar kopieën zijn. De titelpagina en eerste en laatste  pagina’s ontbreken en zijn later in kopie toegevoegd. Het boek werd namelijk gedrukt zonder omslag, de eigenaar bracht er zelf een aan. Maar omdat dit boek  ook bedoeld was voor een algemeen publiek, werd het intensief gebruikt. Er is later een modern omslag met blindstempels aangebracht, een imitatie van een 15e eeuws boekomslag.

Titelpagina

Het boek is ontzettend zeldzaam, want de meeste exemplaren zijn  “opgebruikt”.

Het exemplaar in Museum Boerhaave is in 1951 aangekocht uit de collectie Hunger, verzamelaar van (botanische) incunabula en oude drukken. Het is het eerste in Duitsland gedrukte herbarium en een  prototype voor alle volgende herbaria tot aan het begin van de 16e eeuw. In de zestiende eeuw vindt er een verandering plaats: plantbeschrijvingen worden voorzien van natuurgetrouwe afbeeldingen, de planten worden  herkenbaar afgebeeld. De tekst is in het Latijn maar de namen van de planten worden in  het Latijn en Duits gegeven.

pagina met geschreven aantekeningen

Het is een anoniem werk, zoals meestal bij vroege herbaria. Het vormt een compilatie van teksten van  middeleeuwse schrijvers, en van sommige klassieke en Arabische schrijvers, de laatste ongetwijfeld geciteerd uit vertalingen. De meerderheid van de aangehaalde schrijvers schreef vòòr 1300, vandaar de mogelijkheid dat het niet geschreven is ten tijde van het drukken, maar eerder al circuleerde als manuscript. Het boek behandelt hoofdzakelijk goedkope en huis-geneesmideltjes bedoeld voor gebruik door de armen, kruiden zoals je die kon vinden in bos en veld. Allemaal oorspronkelijk Duitse planten vandaar zowel Duitse als Latijnse namen.

Het boek is volgens de landelijke catalogus alléén in Museum Boerhaave aanwezig!

Harry